Bert
Op een warme dag in juli 1962 zag ik het levenslicht, zoals dat zo mooi heet, en men kon toen nog niet bevroeden dat het toenmalig kleine ventje in de wieg zou gaan uitgroeien tot een toetsenist…
Als kleuter zat ik gekluisterd aan de radio luisterend naar “Kleutertje luister!”, niet zozeer om de verhalen maar toen al de muziek.
Op mijn 9e verjaardag kreeg ik een mondharmonica en als klap op de vuurpijl blokfluitles...
Na 2 jaar gejammer op zo’n houten fluit hield ik de blokfluit voor gezien.
In deze periode was het een ander instrument dat mijn aandacht trok.
Bij een speelkameraadje thuis stond een piano en ik was meer met dit instrument bezig dan met het spelen met mijn vriend…
Mijn ouders hadden toen niet het geld om zelf een piano aan te schaffen, maar na enkele jaren kwam er toch een instrument met toetsen in huis: een elektronisch orgel!
Destijds een wonder van techniek. Ook nog een jaartje les gehad en ik leerde hier de ‘basis’: akkoorden, bas en melodie en dat alles met bekende polka- en walsmelodieën uit grootmoeders tijd.
Het stond in schril contrast met de muziek die toen te horen was op Hilversum 3…. De popmuziek van toen wakkerde wel mijn nieuwsgierigheid aan: ik hield mij voornamelijk bezig met de vraag: “Waarom klinkt de muziek van de radio zo anders?” en “Waarom heb ik dat niet geleerd?”. Om op deze vragen antwoord te krijgen kwam er een cassettedeck op mijn orgel te staan.
Vanaf die periode (1976) begon de zoektocht naar de essentie van de popmuziek.
Mijn autodidactische periode was begonnen en per dag besteedde ik wel 3 tot 4 uur aan het uitzoeken van favoriete nummers.
Dit tot ergernis van mijn ouders, die liever hadden gezien dat ik iets aan het huiswerk deed…. Deze periode heeft een aantal jaren geduurd tijdens mijn ‘puber-tijd’. In die tijd zocht ik in het dorp Nijeveen, waar ik woonde, medemuzikanten om nog meer te weten te komen hoe de favoriete muziek gespeeld moest worden.
Als bij toeval ontmoette ik een andere muzikant in hetzelfde dorp die ook toetsenist was (en is…): Guus Vos (nu toetsenist Light Tunes). Hij was meer klassiek geschoold op orgel, maar behalve dat studeerde hij elektrotechniek.
Het leukste was dat zijn vader voor hem een soort van ‘studiootje’ had gemaakt waar hij (en ik ook...) naar hartelust konden gaan ‘rommelen’.
Mijn eerste bezoek in zijn studiootje zal ik nooit vergeten: Guus had een echte “Siel Orchestra”, een goedkopere variant van de Stringensemble van Solina. Geweldig vond ik dat, zeker in 1979, want niemand had in die tijd zo’n ding van toch wel ƒ1700,= gulden!
Na een jaar samen gestoeid te hebben met muziek kocht Guus een Yamaha PSR Keyboard (typenummer weet ik niet meer…) en natuurlijk kon ikzelf ook niet achterblijven en kocht van mijn (toen ook nog enige…) Zilvervlootspaarcenten een ‘echte’ synthesizer, de Korg Poly 61! Tweedehands weliswaar en dat voor ƒ 1250,=… Dit instrument was in die tijd een openbaring.
Het was ook in diezelfde tijd (1982) dat er een gitarist (René Timmerman) en een zangeres (Anita Hartsuiker) bij kwam.
Mijn eerste band, “Deuce” genaamd, werd een feit.
Veel oefenen en weinig spelen was het relaas.
Maar wel van onschatbare waarde om ervaring op te doen in een band.
René ging na een jaar al weg, dus we gingen voorlopig met z’n drieën verder: 2 toetsenisten en een zangeres. Gelukkig kwam er een ‘echte’ drummer ter vervanging van de ‘Japanner’ (RX11 van Yamaha…): Lute Beute. Deze bezetting werd toch wel iets te ‘licht’ bevonden en al gauw (1985) kwamen Bert Huisjes (gitaar) en Carl Spitse (basgitaar) de band versterken.
Deuce werd een heuse band, maar van veel live spelen kwam het niet, zelfs niet toen we René Bremer (nu gitarist No Name) als geluidsman hadden.
Toen na verloop van tijd de drummer (Lute) en de bassist (Carl) weg gingen werden er direct vervangers gezocht: Hilco van Dalen werd de drummer en Harrie Timmerman werd de bassist.
Na een 2-tal jaren kwamen er meer live-optredens, maar echt heel erg druk hebben we het niet gehad.
Niet dat we niet goed konden spelen, maar er werd gewoon niet commercieel gedacht: we speelden gewoon wat we zelf leuk vonden… Nummers van Al Jarreau, Toto, Michael McDonald (Dooby Brothers), en van Donald Fagen (Steely Dan) stonden op ons repertoire.
Niet de makkelijkste nummers, maar wel heel erg leerzaam… Toen de drummer (Hilco) ons ook verliet kwam er een nieuwe: Eddy Lammerding (nu Jazz-drummer bij o.a. Zenker/Kappe 4tet en bij Jazzzangeres Sanna van Vliet) kwam als geroepen!
We hebben het nog een jaar volgehouden in deze formatie toen Deuce op hield te bestaan.
Eigenlijk is het doodgebloed: de meeste muzikanten hadden elders nog een band en van veel optreden kwam het maar niet.
René Bremer was in die tijd ook al geluidsman bij No Name en Bert Huisjes kwam in 1989 bij No Name en ik werd in 1990 ‘ingelijfd’… Sinds die tijd speel ik met veel plezier bij No Name. Niet alleen de muziek is voor mij het belangrijkst, ook de onderlinge sfeer van de muzikanten en de ‘crew’ moet goed zijn en dat is het ook!
Tja, een toetsenist hoefde vroeger alleen maar orgel of piano te spelen, tegenwoordig wordt er van hem of haar verwacht om een complete orkestbak tevoorschijn te toveren… Dat doe ik dus ook en met heel veel plezier!Bert Snijder